Zo bouwen wij: AI-assisted engineering op Microsoft Fabric

De manier waarop een datawarehouse en rapportages gebouwd worden, is de afgelopen twee jaar ingrijpend veranderd. Waar ontwikkelaars vroeger klikten in een portal, werken wij nu in Visual Studio Code, met een AI-assistent naast ons en de hele oplossing vastgelegd als code. Dat is geen speeltje: het maakt uw oplossing sneller te bouwen, beter te onderhouden en makkelijker over te dragen.

Onze werkwijze in zes stappen: van uw databronnen via versiebeheer, ontwikkeling in Visual Studio Code met AI-assistentie en beoordeling door een consultant naar geautomatiseerde uitrol in Microsoft Fabric.
Onze werkwijze: uw oplossing als code, gebouwd met AI-assistentie en beoordeeld door een mens voordat er iets live gaat.

Waarom dit voor u uitmaakt

U merkt hier vooral iets van in doorlooptijd, kosten en onafhankelijkheid. Concreet:

  • Sneller van vraag naar werkend rapport. Repetitief werk — een laag toevoegen aan het datawarehouse, een semantisch model uitbreiden, een rapport doortrekken naar een nieuwe afdeling — kost een fractie van de tijd.
  • Reproduceerbaar in plaats van persoonsafhankelijk. Alles staat in versiebeheer, met code review en geautomatiseerde uitrol. Geen oplossing meer die alleen werkt zolang één consultant beschikbaar is.
  • Overdraagbaar aan uw eigen team. Wij leggen de werkwijze van úw omgeving vast, zodat uw mensen er zelf mee verder kunnen. Precies zoals wij het altijd al bedoelden: geen leveranciersafhankelijkheid.
  • Een fundament waarop AI betrouwbaar werkt. Hoe beter uw datamodel is opgezet en bestuurd, hoe kloppender de antwoorden die Copilot en data agents geven.

Zo werken wij

Uw oplossing als code

Een Fabric-omgeving bestaat bij ons niet uit losse handelingen in een portal, maar uit bestanden: pipelines, notebooks, semantische modellen en Power BI-rapporten (PBIP). Die staan in Git, worden beoordeeld voordat ze live gaan, en worden via deployment pipelines uitgerold van ontwikkel- naar productieomgeving. U kunt op elk moment terugzien wat er is gewijzigd, door wie en waarom.

Ontwikkelen met een AI-assistent

Onze engineers werken in Visual Studio Code met een AI-assistent zoals GitHub Copilot of Claude. Die assistent kent de Fabric-API's, de architectuurpatronen en de afspraken die in uw omgeving gelden. Het resultaat is niet dat de AI het werk overneemt — een mens beoordeelt en accordeert elke wijziging — maar dat het routinewerk verdwijnt en onze consultants hun tijd besteden aan wat er wél toe doet: uw processen en uw definities.

Skills en agents per klantomgeving

Microsoft maakt hierin zelf onderscheid tussen twee dingen, en dat onderscheid hanteren wij ook: skills leggen werkwijzen en patronen vast, terwijl MCP-servers een assistent daadwerkelijk toegang geven tot systemen en gegevens. Voor elke klant richten wij beide in: vastgelegde afspraken over hoe úw datawarehouse is opgebouwd, gekoppeld aan de Fabric MCP-server en de Fabric CLI. Zo werkt elke consultant — en later ook uw eigen team — volgens dezelfde standaard.

Is dit veilig?

Dat is meestal de eerste vraag, en terecht. Het korte antwoord: een AI-assistent krijgt bij ons nooit meer rechten dan de persoon die ermee werkt. Microsoft heeft dit in Fabric ingebouwd:

  • Authenticatie via Microsoft Entra ID. De assistent werkt onder de identiteit van de ingelogde gebruiker.
  • Uw bestaande rechtenmodel blijft gelden. Wat een medewerker niet mag zien, ziet een agent ook niet.
  • Alles wordt vastgelegd. Elke handeling komt in de Fabric-auditlogs, net als handelingen via de portal.
  • Ingrijpende acties vragen bevestiging. Bewerkingen met gevolgen worden apart gemarkeerd en voorgelegd.
  • Geen ongecontroleerde gegevensuitvoer. Er gaan geen bulkgegevens de deur uit; data blijft binnen uw omgeving en haar beveiliging.

Daarbovenop geldt onze eigen regel: een mens beoordeelt en accordeert elke wijziging voordat die naar productie gaat.

Geen experiment, maar de richting van het platform

Dit is niet iets wat wij zelf hebben bedacht. Microsoft heeft de bouwstenen ervoor tot standaard gemaakt: de Fabric MCP-server is algemeen beschikbaar, Microsoft publiceert zelf kant-en-klare skills voor onder meer GitHub Copilot, Claude en de Fabric CLI, en met Agent Skills voor Power BI kan een assistent een semantisch model en rapport van begin tot eind opbouwen.

Tegelijk maakt diezelfde ontwikkeling uw fundament belangrijker, niet minder belangrijk. Microsoft verwoordt het zelf scherp: AI zonder semantische context is een zelfverzekerde gokker. Een AI-assistent die op een rommelig datamodel wordt losgelaten, geeft antwoorden die er overtuigend uitzien en niet kloppen. Daarom begint elk traject bij ons bij uw definities, uw processen en een goed opgezet model — en pas daarna bij de techniek.

Wat dit betekent voor uw project

U hoeft zelf niets van deze techniek te weten. U merkt het aan de snelheid waarmee wij schakelen, aan de kwaliteit van wat er opgeleverd wordt, en aan het feit dat u niet vastzit aan ons. Wij passen deze werkwijze toe in elke fase: van datastrategie en implementatie tot beheer en borging.

Benieuwd hoe dit er voor uw organisatie uitziet?

Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek, of bel ons: 088 7123 000. Lees ook meer over Microsoft Fabric & AI.